Terug

Wees niet te soft bij heraanpas hard (deel II): het proces in beeld.

 Wees niet te soft bij heraanpas hard (deel II): het proces in beeld.

 Zoals Wouter het al prachtig heeft omschreven in zijn blog “Wees niet te soft bij heraanpas hard”,  zouden we de noodzaak moeten zien van het respecteren van de corneae bij vormstabiele lenzen. We weten allen dat de verstokte harde lenzendragers totaal niet zitten te wachten op een heraanpassing als blijkt dat de huidige situatie niet bevorderlijk is voor de gezondheid van de corneae. Als excuus wordt vaak aangedragen dat ze écht niet zonder lenzen kunnen, tijdelijk zacht absoluut niet gaat lukken en, àls ze al een bril hebben, deze dateert uit een ver verleden en is het de vraag of men er überhaupt iets mee kan zien.

Aan de hand van een voorbeeld uit de praktijk wil ik jullie laten zien wat het belang van een heraanpassing is én dat je op een verkeerd been kan worden gezet op basis van de eerste meting.
Zoals we weten geven topografiebeelden ons waardevolle informatie over de corneae die ons kunnen helpen bij het kiezen van de juiste lens.
Als je de onderstaande afbeeldingen bekijkt, wat is het eerste wat in je op komt? Keratoconus suspect?
 

De initiële topobeelden gaven reden tot twijfel of er sprake zou kunnen zijn van een keratoconus (suspect).

Op basis van alleen topografiebeelden kunnen we niet concluderen of er wel of geen sprake is van een keratoconus (suspect), daarvoor is onder andere pachymetrie nodig. De klant was niet bekend met eventuele (familiaire) cornea-afwijkingen en uit de anamnese kwamen geen verdere bijzonderheden. We besloten om voor een periode van minimaal drie weken, wekelijks topografiebeelden te maken en een refractie uit te voeren, om te zien wat er zou gebeuren.

 Na drie weken was dit het resultaat:

Er is een significant verschil zichtbaar tussen de eerste topobeelden en de topobeelden na drie weken. Vanwege dit grote verschil is er besloten om nog langer te wachten met het aanpassen van nieuwe vormstabiele lenzen. De afspraak om wekelijks nieuwe topografiebeelden te maken en een refractie uit te voeren werd aangehouden, om zo alles goed te blijven monitoren. De corneae bleven veranderen, de refractiesterkte nam toe en de visus verbeterde per meting.

Uiteindelijk, na elf weken lenzen uit, waren de topografiebeelden stabiel genoeg om opnieuw lenzen aan te kunnen meten.

Deze casus laat duidelijk zien hoeveel tijd er nodig kan zijn voor de corneae om terug te vormen naar de basis wanneer er sprake is van warpage/vervorming. Dit kost gewoon veel tijd en vaak wordt dit onderschat. Ik hoop met dit praktijkvoorbeeld een goed beeld te hebben gegeven van het belang van een goede heraanpassing en vooral hoe belangrijk het is dat je het de tijd gaat geven. Te vroeg of te snel een heraanpassing doen, levert vaak teleurstellingen op. Geduld is en blijft een schone zaak.